| BWV 20 | O Eeuwigheid, Gij Donderwoord I | |
| Eerste deel | ||
| 1. (Coro) Tromba da tirarsi col Soprano, Oboe I-III, Violino I/II, Viola, Continuo |
O Eeuwigheid, Gij Donderwoord, O Zwaard, dat de ziel doorboort, O Aanvang zonder einde! O Eeuwigheid, tijd zonder tijd, Ik weet van grote treurigheid Niet waar ik mij heen moet wenden. Mijn totaal verschrokken hart beeft, Zodat mijn tong aan het gehemelte kleeft. |
|
| 2. Recitativo T Continuo |
In heel de wereld is geen ongeluk te vinden, Dat eeuwigdurend is: Het moet toch eindelijk mettertijd verdwijnen. Ach toch, ach toch! De eeuwige pijn heeft toch geen doel; Ze zet haar martelspel voort en voort, Ja, zoals Jezus zelf spreekt, Uit haar is geen verlossing. |
|
| 3. Aria T Violino I/II, Viola, Continuo |
Eeuwigheid, je maakt me bang, Eeuwig, eeuwig is te lang! Ach, hier past voorwaar geen scherts. Met vlammen die eeuwig branden, Is geen vuur gelijk te noemen; Het verschrikt en doet mijn hart beven, Als ik mij deze pijn indenk En mijn zinnen naar de hel wend. |
|
| 4. Recitativo B Continuo |
Stel, er zou een vervloekte kwaal zijn, Met zoveel jaren in getal, als er Op aarde gras en aan de hemel sterren zou zijn; Stel deze pijn zou zo uitgestrekt zijn, Sinds er mensen in de wereld, van de aanvang af gewezen zouden zijn, Zo zou ze op het laatst toch, Tegen het zelfde doel en maat uitgezet, Eenmaal ophouden te bestaan. Nu echter, wanneer je het gevaar, Vervloekte! duizend miljoenen jaren Met alle duivels uitgestaan, Zo is er toch nooit het einde voorhanden; De tijd, die niemand tellen kan, Vangt ieder ogenblik Tot het eeuwige ongeluk van je ziel steeds opnieuw aan. |
|
| 5. Aria B Oboe I-III, Continuo |
God is rechtvaardig in al Zijn werken: De korte zonden van deze wereld Vergeldt Hij met zulke lange pijn; Ach, zou de wereld hier toch rekening mee willen houden! Kort is de tijd, de dood gezwind, Bedenkt dit, o mensenkind! |
|
| 6. Aria A Violino I/II, Viola, Continuo |
O mens, redt je ziel, Ontvlucht Satans slavernij En maak je van zonden vrij, Zodat in gindse zwavelpoel De dood, die de vervloekten plaagt, Niet eeuwig aan je ziel knaagt. O mens, redt je ziel! |
|
| 7. Choral Tromba da tirarsi e Oboe I/II e Violino I col Soprano, Oboe III e Violino II coll'Alto, Viola col Tenore, Continuo |
Zolang een God in de hemel leeft En over alle wolken zweeft, Zullen zulke martelingen voortduren: Het zal ze kwellen, koude en hitte, Angst, honger, schrik, vuur en bliksem En ze toch niet verteren. Want deze pijn zal pas ophouden Als God niet meer eeuwig zou zijn. |
|
| Zweiter Teil | ||
| 8. Aria B Tromba da tirarsi, Oboe I e Violino I, Oboe II e Violino II, Oboe III e Viola all' unisono, Continuo |
Wordt wakker, wordt wakker, verloren schapen, Wordt wakker uit jullie zondige slaap En verbetert snel jullie leven! Wordt wakker, voordat de bazuin schalt, Die jullie met schrik uit het graf Voor de rechtbank van de Rechter van heel de wereld roept! |
|
| 9. Recitativo A Continuo |
Verlaat, o mens, de wellust van deze wereld, Pracht, hovaardij, rijkdom, eer en geld; Bedenkt echter Dat er, tot nu toe, in deze tijd, Voor jou de Boom des Levens rijpt, Hetgeen tot jouw vrede mag dienen! Misschien is dit de laatste dag, Geen mens weet wanneer hij komt te sterven. Hoe licht, hoe snel Is menigeen dood en koud! Men kan nog deze nacht De doodskist voor jouw deur zetten. Daarom, wees voor alles Op je zieleheil bedacht! |
|
| 10. Aria (Duetto) A T Continuo |
O mensenkind, Houdt op gezwind, De zonden en de wereld lief te hebben, Dat niet de pijn, Waar geween en tandengeknars zijn, Jou eeuwig zal bedroeven! Och, spiegel je aan de rijke man, Die in de kwelling Zelfs niet eenmaal Een druppeltje water hebben kan! |
|
| 11. Choral Tromba da tirarsi e Oboe I/II e Violino I col Soprano, Oboe III e Violino II coll'Alto, Viola col Tenore, Continuo |
O Eeuwigheid, Gij Donderwoord, O Zwaard, dat de ziel doorboort, O Aanvang zonder einde! O Eeuwigheid, tijd zonder tijd, Ik weet van grote treurigheid Niet waar ik mij heen moet wenden. Neem Gij mij, wanneer het U bevalt, Heer Jezus, in Uw vreugdetent! |
| Bezetting | Soli: A T B, Coro: S A T B, Tromba da tirarsi, Oboe I-III, Violino I/II, Viola, Continuo | |
| Datum | 11 juni 1724 | |
| Tekst | 1,7,11: Johann Rist 1642; 2-6,8-10: Omdichting door een onbekende bewerker | |
| Aanleiding | Eerste zondag na Trinitatis |